De Honingbij en de Europese Bij in het Bijzonder
Honingbijen zijn onmisbare bestuivers die een sleutelrol spelen in onze ecosystemen en voedselproductie. Over de hele wereld zijn er verschillende ondersoorten van de Apis mellifera, elk uniek aangepast aan hun leefgebied.
Binnen Europa vinden we een rijkdom aan honingbijrassen, die zich door de eeuwen heen hebben ontwikkeld in reactie op de uiteenlopende klimaten en landschappen van het continent. Wat deze Europese bijen bijzonder maakt, is hun diversiteit en aanpassingsvermogen. Elk ras heeft unieke eigenschappen, zoals het vermogen om te vliegen bij specifieke temperaturen, de efficiëntie van nectarverzameling, en zelfs hun gedrag binnen de kast. Deze variatie biedt imkers de mogelijkheid om rassen te kiezen die niet alleen optimaal gedijen in hun omgeving, maar ook bijdragen aan het behoud van biodiversiteit en genetische diversiteit.
Als imker ben ik dagelijks verwonderd door de veelzijdigheid van de Europese honingbijen. Hun aanpassingen aan ons klimaat en landschap maken ze niet alleen fascinerend, maar ook essentieel voor een gezonde en bloeiende omgeving. Ze verrijken niet alleen mijn werk, maar dragen ook bij aan de natuur waar wij allen van afhankelijk zijn.
Waarom Europese honingbijen uniek zijn
Europese honingbijen zijn volledig aangepast aan hun specifieke leefgebieden en weersomstandigheden, wat hen bijzonder waardevol maakt voor lokale imkers. Hun gedrag, vliegomstandigheden en drachtprestaties verschillen sterk per ras, waardoor het belangrijk is om een ras te kiezen dat past bij de lokale omstandigheden én de voorkeuren van de imker. Zelf werk ik graag met de Carnica, vanwege haar zachtaardige karakter en efficiëntie, maar ook omdat ik van kinds af aan hier al mee gewerkt heb. Verder hebben wij ook Buckfast bijen daar ben ik mee in aanraking gekomen door zwermvangst, en hoewel het een hybride is, heeft ze zich goed bewezen in mijn imkerij door haar productiviteit en zachtaardige karakter.
Onlangs kreeg ik de vraag of ik ook met de Zwarte Bij werk, een ras dat van oudsher in Nederland voorkomt. Dit heeft me ertoe gebracht om me meer in dit robuuste ras te verdiepen. Ik ben ervan overtuigd dat de Zwarte Bij een waardevolle toevoeging kan zijn aan mijn imkerij, zowel voor de biodiversiteit als voor de genetische diversiteit van mijn volken. Daarom ben ik van plan om dit jaar de Zwarte Bij toe te voegen aan mijn imkerij en een stand specifiek voor deze bijen in te richten.
Europese honingbijen vormen een rijk palet aan rassen, elk met unieke eigenschappen die voortkomen uit hun aanpassing aan specifieke klimaten en landschappen.
Hieronder beschrijf ik de bijen welke in Europa leven en hun eigenschappen.
Carnica (Apis mellifera carnica)
De Carnica, afkomstig uit Slovenië en de omliggende Balkanregio, is een van de meest populaire bijenrassen in Europa. Ze staat bekend om haar zachtaardigheid, wat haar ideaal maakt voor imkers die zonder veel bescherming willen werken. Carnica’s zijn uitstekende vliegers die al actief worden bij temperaturen vanaf 10 °C en goed omgaan met wisselvallig weer. Dit ras blinkt uit in drachtprestaties door haar snelle voorjaarsontwikkeling en sterke nectarverzameling, wat resulteert in hoge honingopbrengsten. Bovendien produceren ze relatief weinig propolis, wat het werken in de kast vergemakkelijkt.
Buckfast (hybride)
De Buckfastbij, ontwikkeld door broeder Adam in Engeland, is een hybride die de beste eigenschappen van verschillende rassen combineert. Hoewel ze geen natuurlijk leefgebied heeft, wordt ze wereldwijd gehouden, met name in Europa. Dit ras is zeer zachtaardig en gemakkelijk te hanteren, wat haar geschikt maakt voor zowel beginners als commerciële imkers. Buckfastbijen zijn sterke vliegers die ook onder koele en winderige omstandigheden actief blijven. Ze zijn zeer productief en bouwen grote volken op, wat hen ideaal maakt voor intensieve drachten. Hun propolisproductie is, uit mijn ervaring, behoorlijk hoog, waardoor het beheer van de kasten soms lastig is. Ik werk over het algemeen met blote handen, omdat ik dat prettiger vind werken. Een reden hiervoor is de mogelijke overbrenging van ziektes van het ene naar het andere volk. Dit risico is groter bij het gebruik van leren handschoenen, omdat deze vaak sneller vies worden en onder de propolis komen te zitten. Mijn handen zijn daarentegen makkelijker te reinigen.
Zwarte bij (Apis mellifera mellifera)
De zwarte bij is de oorspronkelijke honingbij van Nederland en Noordwest-Europa. Ze is aangepast aan koude, natte klimaten en staat bekend om haar robuustheid en vermogen om lange winters te doorstaan. Dit ras vliegt al bij lage temperaturen, vanaf 8-10 °C, en blijft actief in regenachtig weer. Hoewel de honingproductie iets lager ligt dan bij andere rassen, is de zwarte bij bijzonder waardevol vanwege haar bijdrage aan biodiversiteit en genetische zuiverheid. Ze produceert weinig propolis, wat haar aantrekkelijk maakt voor beheersmatig werk in de kast.
Helaas werken veel imkers liever niet met de Zwarte Bij, aangezien ze wat defensief kan zijn en minder vriendelijk van karakter. Dit kan het werken met de bijen bemoeilijken en vereist meer geduld en ervaring. Toch blijft de Zwarte Bij van grote waarde voor het behoud van de oorspronkelijke Nederlandse bijenpopulatie. De Zwarte Bij speelt een cruciale rol in het behoud van onze biodiversiteit.
Daarom hebben wij als Imkerij besloten om vanaf 2025 actief met deze bijensoort aan de slag te gaan. Hiermee willen wij niet alleen bijdragen aan het herstel van deze inheemse soort, maar ook aan de gezondheid en diversiteit van ons ecosysteem.
Lugustica(Apis mellifera ligustica)
De Ligustica, ook wel de gele bij genoemd, komt oorspronkelijk uit Italië en is geliefd om haar zachtaardige karakter en hoge honingopbrengsten. Dit ras overwintert in grote volken, waardoor er meer wintervoer nodig is dan bij sommige andere bijensoorten. Hoewel ze zich kan aanpassen aan gematigde klimaten, vormt haar grote broednest een risico bij een langere winter of slechte dracht.
De Ligustica produceert weinig propolis, wat het onderhoud van de kasten vereenvoudigt. Dankzij haar vroege voorjaarsontwikkeling en lange broedperiode is ze zeer productief. Ze hebben een lage zwermdrift en hebben daardoor minder aandacht nodig hierin een koningin kan het hele seizoen in een volk verblijven.
Kaukasische bij (Apis mellifera caucasica)
De Kaukasische bij is afkomstig uit het Kaukasusgebergte en omliggende regio’s. Dit ras is rustig van aard, al kan ze soms wat defensiever zijn dan de Carnica of Ligustica. Ze is goed aangepast aan koude bergachtige gebieden en kan zelfs bij lage temperaturen vliegen. Dankzij haar lange tong kan ze nectar verzamelen uit bloemen met diepe kelken, al is ze minder efficiënt bij intensieve drachten. Kaukasische bijen produceren relatief veel propolis, wat uitdagingen kan opleveren bij het onderhoud van kasten.
Macedonische bij (Apis mellifera macedonica)
De Macedonische bij komt voor in de Balkanregio, met name in Noord-Macedonië, Griekenland en delen van Bulgarije. Dit ras is rustig en zachtaardig, vergelijkbaar met de Carnica. Ze is goed aangepast aan warme zomers en koele winters, met een stabiele nectarverzameling en honingproductie. Hoewel haar broedontwikkeling iets langzamer verloopt, blijft ze betrouwbaar voor imkers in gematigde klimaten. Ze produceert een gemiddelde hoeveelheid propolis.
Iberische bij (Apis mellifera iberiensis)
De Iberische bij leeft op het Iberisch schiereiland en is aangepast aan warme, droge klimaten. Ze is iets defensiever dan andere Europese rassen, maar zeer goed bestand tegen lokale predatoren en extreme temperaturen. Iberische bijen blinken uit in nectarverzameling tijdens zomerse drachten, maar zijn minder actief in koelere periodes. Hun propolisproductie varieert afhankelijk van de omgeving, maar is over het algemeen gemiddeld.
Door de grote diversiteit binnen Europese honingbijen kunnen imkers een ras kiezen dat perfect aansluit bij hun lokale omstandigheden en persoonlijke voorkeuren. Het werken met deze rassen draagt niet alleen bij aan een succesvolle imkerij, maar ook aan het behoud van biodiversiteit en de ondersteuning van lokale ecosystemen. Zo behouden we de balans tussen traditie, innovatie en natuur.
Tekst: F. Griekspoor

